Heffingskortingen

Bedragen Heffingskortingen

Heffingskorting Jonger dan 65 jaar 65 jaar en ouder
  2010 2009 2010 2009
Algemene heffingskorting € 1.987 € 2.007 € 925 € 935
Arbeidskorting inkomen (lage inkomens)        
tot 57 jaar 1.489 1.504    
57, 58, of 59 jaar 1.752 1.762    
60 of 61 jaar 2.012 2.018    
62 t/m 64 jaar 2.273 2.274 1.057 1.059
         
Arbeidskorting inkomen (hoge inkomens)        
tot 57 jaar 1.433 1.480    
57, 58 of 59 jaar 1.696 1.738    
60 of 61 jaar 1.956 1.994    
62 t/m 64 2.217 2.250 1.031 1.048
Inkomensafhankelijke combinatiekorting 1.859 1.765 865 823
Alleenstaande-ouderkorting 945 902 440 421
Aanvullende alleenstaande-ouderkorting 1.513 1.484 704 692
Jonggehandicaptenkorting 691 678    
Ouderenkorting     684 661
Alleenstaande ouderenkorting     418 410
Doorwerkbonus        
62 jaar (5%) 2.340 2.296    
63 jaar (7%) 3.276 3.214    
64 jaar (10%) 4.679 4.592    
65 jaar (2%)     936 918
66 jaar (2%)     936 918
67 (e.v.) jaar (1%)     468 459
Levensloopverlofkorting (per jaar van deelname) 199 195    
Ouderschapsverlofkorting (per verlofuur) 4,07 3,99    
Korting maatschappelijke beleggingen 1,3%* 1,3%* 1,3%* 1,3%*
Korting directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen 1,3%* 1,3%* 1,3%* 1,3%

* van de vrijstelling in box 3

Algemene heffingskortinge

Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. Partners hebben ieder zelfstandig recht op deze heffingskorting. Zij kunnen deze korting niet overdragen aan hun partner. Als één van de partners geen of weinig inkomsten heeft en dus zijn eigen heffingskorting niet (helemaal) gebruikt, kan hij onder voorwaarden (een deel van) het bedrag rechtstreeks uitbetaald krijgen door de Belastingdienst. Weinig inkomen houdt hier in: het totaalbedrag van salaris, uitkering of pensioen is lager dan € 5.940 en er is geen ander inkomen. Voorwaarde voor uitbetaling is dat de partner van belastingplichtige voldoende inkomen heeft en voldoende belasting betaalt. Deze uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner wordt afgebouwd in 15 jaar tijd met 6,67% per jaar. De afbouw is gestart in 2009. Dit betekent dat er in 2010 € 1.722 (86 2/3% van de algemene heffingskorting) van de algemene heffingskorting wordt uitbetaald aan de minstverdienende partner. De beperking van de uitbetaling geldt niet indien de belastingplichtige die zijn heffingskorting niet volledig gebruikt geboren is voor 1-1-1972 of indien er in het huishouden kinderen van 5 jaar of jonger aanwezig zijn. Voor deze groepen blijft de uitbetaling voor 100% gehandhaafd.

Arbeidskorting

Een belastingplichtige heeft recht op arbeidskorting als hij één van de volgende inkomsten heeft: loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Die inkomsten moeten met tegenwoordige arbeid worden genoten. Voor 2010 worden de maxima van de arbeidskorting als gevolg van het koopkrachtpakket na indexatie verlaagd met € 75. De arbeidskorting voor lage inkomens wordt verlaagd met € 45. De hoogte van arbeidskorting is afhankelijk van het gezamenlijk bedrag van de hiervoor bedoelde inkomsten uit tegenwoordige arbeid (de arbeidskortingsgrondslag) en het maximum van de arbeidskorting. Voor ouderen vanaf 57 jaar geldt een hoger maximum van de arbeidskorting. Ook deze maxima worden voor het jaar 2010 na indexatie verlaagd met € 75 (voor lage inkomens verlaagd met € 45).

De inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting geldt voor minstverdienende partners en alleenstaande ouders die de zorg hebben voor kinderen onder de 12 jaar. Het basisbedrag van deze heffingskorting is € 775 (€ 770) indien met werken een inkomen van minimaal € 4.706 (€ 4.619) wordt verdiend of indien er recht bestaat op de zelfstandigenaftrek. Voor elke euro die meer wordt verdiend dan € 4.706 (€ 4.619) loopt de inkomensafhankelijke combinatiekorting met 3,8 cent op tot maximaal € 1.859(€ 1.765). Dit maximale bedrag wordt bereikt bij een inkomen uit werk van € 33.232 (€ 30.800).

Alleenstaande-ouderkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande-ouderkorting als hij in 2010 meer dan zes maanden:

  • geen partner heeft;
  • een huishouding voert met een kind dat hij in belangrijke mate onderhoudt en dat op hetzelfde woonadres ingeschreven staat;
  • deze huishouding voert met geen ander dan kinderen die op 1 januari 2010 de leeftijd van 27 jaar niet hebben bereikt.

De hoogte van de alleenstaande-ouderkorting bedraagt € 945 (€ 902).

Aanvullende alleenstaande-ouderkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de aanvullende alleenstaande-ouderkorting als:

  • voor hem de alleenstaande-ouderkorting geldt;
  • hij tegenwoordige arbeid verricht;
  • een kind tot zijn huishouden behoort dat op 31 december 2009 de leeftijd van 16 jaar niet heeft bereikt en dat gedurende die tijd op hetzelfde woonadres is ingeschreven gedurende een periode van meer dan zes maanden.

De hoogte van de aanvullende alleenstaande-ouderkorting bedraagt 4,3% van de inkomsten met tegenwoordige arbeid genoten als loon, winst of resultaat uit overige werkzaamheden, maar maximaal € 1.513 (€ 1.484).

Jongehandicaptenkorting

De jonggehandicaptenkorting € 691 (€ 678) geldt voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (een zogenoemde Wajonguitkering), tenzij voor hem de ouderenkorting geldt. Belastingplichtigen komen ook voor de jonggehandicaptenkorting in aanmerking, indien weliswaar recht bestaat op een Wajonguitkering, maar niet daadwerkelijk een Wajonguitkering wordt ontvangen vanwege het hebben van een andere uitkering of ander inkomen uit arbeid.

Ouderenkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de ouderenkorting als hij op 31 december 2010 65 jaar of ouder is en een verzamelinkomen heeft van niet meer dan € 34.934 (€ 32.282). De ouderenkorting bedraagt € 684 (€ 661).

Alleenstaande ouderenkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande ouderenkorting als hij recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden. De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 418 (€ 410).

Doorwerkbonus

De doorwerkbonus motiveert belastingplichtigen om vanaf het jaar waarin zij 62 worden, door te blijven werken. Mensen die in een jaar 62 worden en werken, ontvangen deze doorwerkbonus die als heffingskorting via de aanslag inkomstenbelasting wordt toegekend. De doorwerkbonus loopt ook door na de 65-jarige leeftijd. De hoogte van de bonus loopt tot 65 jaar met de leeftijd en met het inkomen uit arbeid op. De bestaande (verhoogde) arbeidskorting voor ouderen blijft naast de doorwerkbonus bestaan. De hoogte van de doorwerkbonus wordt berekend door een leeftijdsafhankelijk percentage (zie tabel) toe te passen op het inkomen uit werk tussen € 9.041 en € 55.831 (€ 8.860 en € 54.776).
Vanaf 1 januari 2010 wordt voor mensen van 61 jaar en ouder loon uit de levensloopvoorziening aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. Hierdoor bestaat er geen recht op de doorwerkbonus, arbeidskorting en aanvullende alleenstaande-ouderkorting.

Levensloopverlofkorting

Op deze korting heeft men recht bij een reguliere opname van levenslooptegoed. De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag van het opgenomen levenslooptegoed, maar ten hoogste € 199 (€ 195) per jaar waarin is gestort in de levensloopregeling. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten worden in mindering gebracht.

Ouderschapsverlofkorting

De ouderschapsverlofkorting geldt voor de belastingplichtige die in 2010 gebruik maakt van zijn wettelijke recht op ouderschapsverlof. De korting wordt berekend door het aantal uren ouderschapsverlof in het kalenderjaar te vermenigvuldigen met een bedrag van 50% van het bruto minimumuurloon per opgenomen verlofuur en bedraagt voor 2010 € 4,07 (€3,99) per verlofuur. De korting bedraagt niet meer dan de terugval in het belastbare loon in 2010 ten opzichte van 2009.

Korting voor maatschappelijke beleggingen

Deze korting geldt voor de belastingplichtige die belegt in maatschappelijke beleggingen (groene beleggingen en sociaal-ethische beleggingen). De korting bedraagt 1,3% van het bedrag dat daarvoor gemiddeld is vrijgesteld op grond van de bepalingen in box 3.

Korting voor directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen

Deze korting geldt voor de belastingplichtige die belegt in direct durfkapitaal en in culturele beleggingen. De korting bedraagt 1,3% van het bedrag dat daarvoor gemiddeld is vrijgesteld op grond van de bepalingen in box 3.

Disclaimer | Privacy Policy